Ramosch is een bergdorpje met krap 400 inwoners in het Unterengadin, aan de voet van de Arina: een niet moeilijk te beklimmen berg van bijna 3000 m. Vanaf de oostenrijkse grens is het een kwartiertje rijden.

Door de bijzondere ligging  van het dorp, in een beschutte bocht van het dal, was er al ca. 2000 jr. v. Chr. Sprake van akkerbouw. Er ontstond een intensieve graanteelt, die voor het hele Engadin van belang was. De oude akkerterrassen zijn nog steeds karakteristiek en beschermd landschap. Langs het dorp liep een belangrijke noord-zuidroute voor handel en legertransport, als dwarsverbinding tussen twee Romeinse alpentraverses: de via Claudia (Reschenpas) en de via Julia (Julierpas). Deze oude betrekkingen zijn nog terug te vinden in de taal (reto-romaans) en in de gevelversieringen (scrafitto).

 

 

 

 

Links ziet u nog een stukje van ons pension. Rechts de schapenstal van Nini en op de achtergrond de St.Flurinuskerk, die in de 12e eeuw op de fundering van een nog oudere bedevaartskapel werd gebouwd.

 

 

 

Het Klimaat is erg gunstig. Door de ligging van het dal, ingeklemd tussen Dolo-mieten en Alpenhoofdkam, is er naar verhouding weinig neerslag, veel zon en nevel is een zeldzame verschijning. De seizoenen wisselen elkaar scherp af. De lente komt pas in juni op gang: leven en kleur....smeltwater....nog witte toppen.... sterke kontrasten, die gedurende de warme zomermaanden verwijnen om plaats te maken voor de getemperde kleuren van september. Dan verschijnt hier en daar al een geel blad en terwijl het overdag nog goed warm kan zijn komen de eerste nachtvorstjes.

De tweede hooioogst komt binnen en het vee wordt van de alp naar het dorp teruggedreven. Wie nog hoog en eenzaam wil wandelen, moet nu komen, want in oktober ligt de eerste sneeuw al weer op de toppen. Wanneer dan de hellingen goudgeel oplichten onder een strakblauwe hemel is het ook hier een “indian summer”.

Het Engadin is eigenlijk het hele jaar door een schitterende omgeving voor luie en aktieve vakanties. Het is dunbevolkt en het ruige berglandschap rondom is eenmalig. Er zijn legio wandelroutes voor ieders kunnen en willen, van “hoog en ruig” tot “prettige ommetjes”. Ook met de kinderen kan men aan de Inn, aan de talloze beekjes, in bos en alp or hogerop, veel plezier beleven. Het Nationaal park is dichtbij en voor een flinke dagtocht of huttentocht kunt u van huis uit beginnen.

Al vanuit ons pension bent u te voet in korte tijd iets hogerop de flanken van de Arina, die niet voor niets “de bloemenberg” wordt genoemd. In een afwisselend landschep van veen, bos en alp vindt u de meest zeldzame bloemen en grassen: een waar botanisch eldorado.

’s Winters draait alles natuurlijk om de sneeuw. Het skigebied Motta Naluns boven Scuol is een zeer sneeuwzeker en prettig skigebied. Voor langlaufers is er langs de Inn tussen Scuol en Martina een landschappelijk zeer mooie loipe.

En voor wandelaars? Natuurlijk zijn de mogelijkheden beperkter dan ’s zomers, maar er is genoeg te ondernemen. En wie met de sneeuwschoenen het witte verstilde berglandschap intrekt, heeft echt een unieke ervaring.

 

 

 

 

Scrafitto wordt in de verse Mortel ingekrast. Veel oeroude symbolen, die geluk en voor-spoed moeten brengen of bewoners beschermen tegen kwaad en hekserij. Dit is de mythische worm Ourobouros, die een haan omvat. Niet het enige teken van medi-terrane oorsprong. Er zijn vissymbolen, meerminnen etc.. De reto-romaanse beschrijving is: L’ourobouros o ‘magliacua’ circunduont Ün gial

 

 

 

 

 

 

home